contact webmaster
 

INDEX Menu: (klik op onderstaande linken om naar het onderwerp te gaan)

Meer katten vaccineren

De hond nuttige weetjes

Jachtinstict bij katten

honden hebben wel eens last van stress

Prozac voor honden te koop

Angstig gedrag bij honden

Cavia geluiden

Onderschat de kattenziekte niet

Anaalklieren

Zaagsel schadelijk voor knaagdier of konijn ?

Een hond die verkeerd eet

Toedienen van medicijnen

Wat kun je doen bij een tekenbeet ?



 

 

 

 

 

 

 
















Wat kun je doen bij een tekenbeet? Niet verzorgen kan de ziekte van Lyme veroorzaken:

Wat kun je doen bij een tekenbeet? Niet verzorgen kan de ziekte van Lyme veroorzakenVanaf het voorjaar neemt de kans op een tekenbeet toe. Een teek is amper een speldenkop groot, leeft in bossen en graslanden en hecht zich vast aan mens en dier om bloed te zuigen op momenten dat het zich wil voortplanten.

Eenmaal op mens of dier kruipt het kleine diertje naar een plaats waar de huid het dunst is en bijt zich stevig maar pijnloos vast. Als de teek daar meer dan 12 uur kan blijven zitten, besmet ze 1% tot 3,4% van de slachtoffers met de ziekte van Lyme. De ziekte is niet overdraagbaar tussen mensen, noch tussen mens en dier.

Van zodra de teek voldoende bloed gezogen heeft, maakt hij zich van de huid los en laat hij zich op de grond vallen.

Symptomen van de Lyme ziekte.

Er zijn drie ziektestadia maar die worden niet altijd alle drie doorlopen:

1. 3 dagen tot 3 maanden na de tekenbeet.

• op de plaats van de beet verschijnt een rode, ringvormige vlek die geleidelijk groter wordt.

• Je krijgt griepsymptomen zoals hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, matige koorts.

2. enkele weken of maanden na de tekenbeet.

• pijn in armen of benen

• scheefstaand gezicht door spierverlamming

• dubbelzien

• hartritmestoornissen

3. maanden en soms zelfs jaren na de tekenbeet.
• pijn en zwelling in één (dikwijls de knie) of meerdere gewrichten

• chronische neurologische stoornissen (zelden)

• laattijdige huidletsels op armen of benen

Wat kun je doen bij een tekenbeet?

Slechts een 10% van de teken zou besmet zijn met de ziekteverwekkende bacterie die Lyme veroorzaakt. Dus niet alle tekenbeten veroorzaken de ziekte. Paniek is dus niet nodig, voorzichtig is wel aan te raden.

Eenvoudige maatregelen kunnen echter voorkomen dat mensen deze ziekte krijgen.

Verwijder de teek binnen 24 uur en op de juiste manier. De kans op besmetting is dan vrijwel uitgesloten.

1. Pak de teek met een pincet zo dicht mogelijk bij de huid vast en trek hem voorzichtig uit de huid. Druk de teek hierbij niet plat. Een achterblijvend stukje van de monddelen van de teek kan geen kwaad; het verdwijnt vanzelf uit het wondje. Bij de apotheek zijn speciale producten te koop om teken te verwijderen.

2. Ontsmet het wondje met 70% alcohol, jodiumtinctuur of –zalf.

3. Noteer de datum in je agenda en let tot drie maanden na de beet op ziekteverschijnselen, bijvoorbeeld griepachtige klachten en een ringvormige huiduitslag rond de plaats van de beet.

4. Als je de teek niet zelf wil of kunt verwijderen, raadpleeg dan je arts.    
Terug naar boven


Toedienen van medicijnen (gezelschapsdieren)

Het kan nodig zijn om uw huisdier te behandelen met diergeneesmiddelen. Dit hoeft niet altijd gepaard te gaan met ziekte, denk bv. maar aan de poezenpil, vlooienbestrijding enz. Toediening is niet altijd eenvoudig, omdat het dier kan weigeren hieraan mee te werken. We bespreken daarom enkele mogelijkheden van medicijntoediening zonder al te veel stress bij Afbeeldingdier en eigenaar.

Tabletten kunnen achter op de tong worden ingegeven, waarna de bek wordt gesloten en de keel gemasseerd om het slikken te bevorderen. Bij de kat kan het nodig zijn dat iemand anders de voorpoten vasthoudt. Ook kan geprobeerd worden om de tablet in wat vlees (smeerworst) of kaas te verstoppen, liefst voor het eten. Een heel nuttig hulpmiddel kan de pillenschieter zijn (verkrijgbaar bij uw dierenarts). Hiermee is snel en veilig te werken, terwijl de dieren weinig merken.

Door de slikreflex is de kans is heel klein dat de tabletten in de luchtpijp komen. Wanneer de tabletten te groot zijn, kunnen ze verpulverd worden tussen twee lepels en zo gemengd worden met wat aantrekkelijk voedsel of drinken. In vloeibare vorm kan het ook met een injectiespuit worden ingegeven. Het is nu ook duidelijk hoe poeders en drankjes toegediend kunnen worden. Pasta's zijn direct op de tong in te geven. Kleverige pasta's kunnen op de bovenlip of de voorpoot worden gesmeerd, die daarna wordt schoongelikt. Niet teveel anders Afbeeldingschudt het dier het eraf!

Oogzalf of -druppels worden op kamertemperatuur op het oog aangebracht. De hand met de tube of flacon rust op de kop waardoor bij onverwachte bewegingen beschadiging van de oogbol wordt voorkomen. Door de oogleden over het oog te masseren wordt het medicijn goed verdeeld. Oorzalf of -druppels worden in de gehoorgang gebracht waarbij de tube of flacon evenwijdig aan de kop wordt gehouden (dus niet dwars erop), om trommelvliesbeschadiging te voorkomen. Na het inbrengen wordt de oorschelp neergedrukt en gemasseerd zodat de zalf of druppels goed in de gehoorgang verspreid worden. Tenslotte wordt de oorschelp schoongemaakt met een tissue.
Afbeelding

Zalf of lotion wordt soms toegepast bij huidaandoeningen. Om te voorkomen dat het dier dit op bereikbare plaatsen er direct aflikt, kan het beter vlak voor het eten of het uitlaten worden aangebracht zodat het dier tijdelijk is afgeleid zodat het product kan 'intrekken'. Een andere mogelijkheid is om tijdelijk even een kraag om te doen.

Wassen  kan nodig zijn bij huidaandoeningen of ongedierte. Gebruik niet te warm water, laat het wasmiddel 5 minuten  intrekken, spoel goed uit en herhaal de behandeling. Afsponzen is soms een alternatief. Het dier mag hierna in de meeste gevallen afgedroogd of gefõhnd worden.

Copyright © DierenNieuws    
Terug naar boven


Meer katten vaccineren

Katten die niet gevaccineerd zijn tegen de meest voorkomende virale oorzaak van niesziekte vormen het belangrijkste besmettingsrisico voor andere katten, aldus de Europese adviesraad van kattenziekten (Advisory Board on Cat Diseases, ABCD). Zij dringt dan ook aan op vaccinatie en jaarlijkse boosters van alle katten in Europa tegen het feline herpesvirus (FHV-1) ter bescherming van de kattenbevolking.
Hoewel meerdere ziektekiemen kunnen bijdragen tot niesziekte, is FHV-1 verantwoordelijk voor de ergste ziekteverschijnselen. Vaccinatie tegen FHV-1 beschermt de kat tegen de ziekte veroorzaakt door het virus en het ontwikkelen van de ergste niesziektesymptomen, die in bepaalde gevallen zelfs dodelijk kunnen zijn.
Bovendien verspreiden gevaccineerde katten de ziekte minder en dragen zo bij aan een verminderd voorkomen van de ziekte. Vaccineren tegen FHV-1 is dus een teken van verantwoord huisdierbezit aangezien het de hele kattenbevolking ten goede komt.

Hoewel de ziekteverschijnselen meestal binnen een à twee weken verdwijnen, raken de meeste katten het virus nooit helemaal kwijt en worden ze levenslange dragers, en daarmee een belangrijke bron van nieuwe infecties. Dit betekent dat het virus na herstel levenslang verborgen in het lichaam aanwezig blijft. Stress kan het verborgen virus reactiveren, wat tot een nieuwe aanval van niesziekte en virusverspreiding leidt. Dit geldt vooral voor situaties waar grote aantallen katten samenwonen, zoals in huishoudens met meerdere katten, kattenpensions en –asiels.
Typische ziekteverschijnselen van met FHV-1 besmette katten zijn ontstekingen van de neus (rhinitis) en oogvliezen (conjunctivitis), wat leidt tot snotteren, niezen en zere, tranende ogen. De ziekte kan ook een pijnlijke, diepe ontsteking van het hoornvlies van het oog (cornea) tot gevolg hebben, een zogenaamde ulceratieve keratitis.
Jaarlijkse boosters zijn vooral belangrijk voor katten met risico, zoals katten in pensions, in huishoudens met meerdere katten en kattenshows. In bepaalde laagrisico situaties, zoals binnenkatten zonder enig contact met andere katten, kan een driejaarlijks interval eventueel overwogen worden. Aangezien alle katten anders zijn, met een eigen omgeving en levensstijl, dienen eigenaren hun dierenarts te raadplegen voor een persoonlijk aangepast entschema voor hun kat.

Kijk voor meer informatie en downloads van de volledige richtlijnen over de ziekte veroorzaakt door FHV-1 op www.abcd-vets.org     Terug naar boven


DE HOND
Nuttige Weetjes

 Dat het heel normaal is wanneer honden af en toe gras eten. Het helpt ze bij hun spijsvertering.

 
 Dat de voorpoten van een hond groter zijn dan de achterpoten omdat ze bij het lopen 60% van het gewicht dragen?


 Dat tussen de 8 en 12 weken het leervermogen van een pup het grootst is? Wat hij dan leert, vergeet hij nooit meer. De voorwaarde is echter wel dat je blijft trainen met je hond. Leer je bijvoorbeeld in die periode je hond zitten en je herhaalt dit later niet, dan zal je hond dit vergeten.


 Blijf altijd rustig, zorg ervoor dat je niet gefrustreerd raakt als de hond niet meteen doet wat je van hem verlangt. Geduld en doorzettingsvermogen wordt op termijn beloont. Als een hond bv moet gaan zitten, dit commando niet 20 keer geven. Één commando moet voldoende zijn, druk de hond daarna zachtjes op zijn achterste terwijl je de hond naar achteren trekt met de riem en geef tijdens deze handeling weer het commando zit. Bij positief resultaat meteen belonen (spelen of iets lekkers geven, sommige honden vinden een aai over de kop of klopje op de borstkast al genoeg) en stoppen met de oefening. 

 

* Dat de laatste wetenschappelijke theorie betreffende de puberteit is dat de puberteit bij zoogdieren (ja, ook honden dus) net zo lang duurt als diegene die naast hem (of haar) staan dat gedrag toelaten. Met andere woorden: bij goed leiderschap hebben honden een korte puberteit…


* Dat een loopse teef in de omgeving uw hond zo kan opwinden dat hij door 'liefdesverdriet' zijn eetlust verliest?


* Dat reuen pas hun poten optillen bij het plassen wanneer ze geslachtsrijp zijn? Daarvoor plassen ze net als teven.


* Dat waakhonden die een zaak bewaken, evenals werkhonden gelden als aftrekpost voor de belasting?

       Terug naar boven


DE KAT
Jachtinstinct bij katten


Ondanks de perfecte jachttechniek mislukken vier van de vijf pogingen. Niet omdat de kat fout richt, maar omdat de buit het van tevoren door heeft en zich nog uit de voeten kan maken. Vergeet nooit dat een kat van nature een jager is. Hij jaagt niet alleen op muizen, maar ook op vogels, kleine kippen, vissen in de vijver en ga zo maar door. Houd daar rekening mee. Ritselen, piepen en alle snelle bewegingen van kleine dingen ziet elke kitten. Volwassen katten zien het verschil tussen speelgoed en echte buit. De kittens proberen hun vangkunsten uit op ballen, papier, bladeren en knuffelbeesten. Zo trainen ze de spieren, de ogen en de sprongtechniek. Elke foute sprong is een harde leerschool en zorgt ervoor dat het kitten opgroeit tot een echte jager.

Uit het raam kijken is een favoriete bezigheid van de flatkat. Ze reageert op de bewegingen en geluiden van buiten alsof er geen glas tussen zit. Een voorbijvliegende vogel laat haar staart heen en weer gaan, waarmee ze haar zin tot jagen toont. Deze zin naar jagen bevordert de speekselvloed. Is de prooi verdwenen ontspant ze zich weer. Een vlieg die langs de ruit loopt, fungeert als vervanging van de prooi en heeft over het algemeen geen kans tegen de poot van de kat.
Elke buit wordt eerst gefixeerd voordat de jacht begint. Een kat probeert de meest geschikte positie in te nemen, om dan met een rechtstreekse sprong onmiddellijk voor het slachtoffer te komen. Als een katapult wordt het lichaam gespannen: ze buigt voor in de knie en stelt zich achter op te teenballen, trippelt enkele keren heen en weer. Hierbij is de blik voortdurend op het slachtoffer gericht. Na enkele wipbewegingen knalt ze naar voren door de knieën achter bliksemsnel te strekken.

Het jagen hoort voor dieren die in het wild uitsluitend van de jacht leven, ook als huisdier tot de belangrijkste levenservaringen. Kattenkinderen die nooit mogen jagen verpieteren geestelijk en ontwikkelen gedragsstoornissen.
De moeder bepaalt waar een kat later op gaat jagen. Dit doet ze door doelbewust bepaalde prooidieren op te zoeken. Een kat brengt alleen maar levende muizen mee naar de kittens om hen zo het jagen te leren.

Als een kat aanvalt kan hij door de vele strekkingen van de ledematen in feite niet meer normaal lopen. Bewegen doen ze door middel van kleine sprongetjes met alle vier de poten tegelijk de lucht in.

Het jagen begint al in de 4e week. Daarvoor zijn broertjes en zusjes belangrijker dan ‘dode dingen’. Zodra je merkt dat de kleintjes willen jagen, moet je ze stimuleren. Het vangen van muizen is een instinct. Weeskatjes vangen spelenderwijs muizen. Alleen het doden wordt van de moeder geleerd.

Na het jagen op de grond voor een holletje jaagt de kat het liefst in de lucht. Als je een stukje speelgoed aan een touwtje aan het plafond laat hangen, probeert de kat al gauw de prooi met een sprong te pakken te krijgen. Meestal zal het niet lukken de prooi te pakken te krijgen, maar dat kan hem niet schelen. De zin om zich te bewegen is aangeboren en ook in het wild levende katten jagen omdat ze het leuk vinden, ook al zitten ze vol.

Katten die erg aan hun baas hangen, verrassen deze vaak met een gevangen muis, die ze dan liefdevol in het bed leggen of voor de voeten van de baas vleien. Je kat wil je hier echt een plezier doen door de buit met je te delen. Ze mag dus niet uitgescholden worden. Het enige middel ertegen is de kat bij het binnenkomen te controleren. Als de kat dan een muis heeft, toon je buiten je blijdschap over deze verrassing.

Een kat kan niet lang hardlopen. Hij haalt een maximumsnelheid van rond de 48 km per uur, maar houdt dat maximaal 1 minuut vol. Hierdoor heeft het weinig zin om bij een vlucht op de grond te blijven. Een kat zal meestal zo snel mogelijk naar boven vluchten. Weinig dieren zullen hem dan kunnen volgen.

Katten vinden intuïtief de makkelijkste manier om omhoog of naar beneden te klauteren. Om omhoog te springen gaan ze recht voor het doel staan, zodat ze onder een hoek van 45° kunnen springen en zich met beide voorpoten kunnen vasthouden. Voor de afsprong hebben ze de kracht van de achterpoten nodig. Daarmee houden ze zich aan het startpunt vast, terwijl de rest van het lichaam kaarsrecht in startpositie wordt gebracht. De sprong is bijna kaarsrecht om zo weinig mogelijk luchtweerstand te hebben.
Een kat kan niet met de kop omlaag naar beneden klauteren. De naar binnen gebogen nagels verhinderen dit. De kat moet langzaam achteruit of naar beneden springen. Bij het naar beneden klauteren trekt de kat de nagels van de achterpoten in. Vasthouden doen ze dus alleen met de voorpoten. Bij het omhoog klimmen worden de nagels van alle poten gebruikt. Dat bijna alle wilde katten tijdens de schemering of ‘s nachts jagen, hangt af van de prooi, die eveneens om die tijd actief is. De Spaanse wilde kat, die hoofdzakelijk van kleine knagers leeft die overdag actief zijn, jaagt pas na zonsopgang. Haar ogen laten ook meer kleurgevoelige kegels zien. De kat past zich dus aan aan de plaatselijke omstandigheden. Ook onze huiskat laat deze aanpassing zien. Ze is eveneens overdag actief.
Als je wilt dat je kat stopt met de nachtelijke wandelingen, sluit haar dan enkele weken consequent in huis op. Ze verzet dan haar interne klok en gaat overdag wandelen.
      Terug naar boven


'Ook honden hebben weleens last van stress'

Er viel veel te zien tijdens de open dag van de Gemertse dierenartsenpraktijk gisteren.foto Ton van de Meulenhof

Er viel veel te zien tijdens de open dag van de Gemertse dierenartsenpraktijk gisteren.foto Ton van de Meulenhof

HELMOND - Een acupunctuurbehandeling, een dermatologisch consult, een röntgenapparaat en een heus laboratorium voor onder meer bloedonderzoek.

En dat allemaal niet bij een ziekenhuis, maar in de nieuwe dierenartsenpraktijk aan de Griffier Corstenstraat 6 in Gemert.

Gisteren hield de praktijk een open dag om een kijkje te geven in de moderne wereld van een dierenarts vandaag de dag. "De zorg die wij bieden komt over van de humane sector", heette het.

Met in totaal twaalf dierenartsen is de dierenartsenpraktijk in Gemert groot in zijn soort. Er is ook nog een dependance in Beek en Donk. "Dierenartsenpraktijken zijn niet meer te vergelijken met die van vroeger. Wij kunnen ook voor dieren steeds meer betekenen op het gebied van zorg, net zoals in de humane sector. Ook honden hebben weleens last van stress en overgewicht. En dat kunnen wij behandelen", vertelt dierenarts Maurice Moonen.

Maud Eikelenboom (11) uit Elsendorp is met haar ouders naar de praktijk in Gemert gekomen. Geïnteresseerd luistert ze naar het verhaal van een van de medewerkers. "We hebben thuis een boerderij met heel veel dieren", vertelt ze trots. Toch ziet ze zichzelf later niet in een dierenartsenpraktijk werken. "Ik vind dieren heel leuk, maar de foto's van die operaties zien er zo eng uit."

Het is niet alleen druk in de nieuwe praktijk. Ook op het buitenterrein zijn flink wat geïnteresseerden te vinden. Gijs Koenders (11) en Job Vennekens (12) hebben geen tijd voor een ritje in de huifkar. Ze zijn hard aan het werk. "Wij ruimen vandaag alle poep op", lachen ze. "Konijnenkeutels zijn niet zo erg, maar die paardenpoep vind ik maar vies", vindt Job. Gijs heeft er niet veel last van. "Wij zijn de poepruimers!"

Bron  ED NL     Terug naar boven


Nu ook Prozac voor honden te koop

In is Reconcile, de hondentegenhanger van Prozac, op de markt. Volgens de producent omdat 17procent van de honden lijden aan angsten en depressie.

Niet alleen de mens, ook de hond lijdt aan depressies, zo weet Eli Lilly, producent van zowel Prozac als Reconcile. Nu ze van de Food and Drugs Administration (FDA) de toestemming kregen om hun product te commercialiseren, boren ze meteen een gigantische markt aan. Met een geschat aantal van 63miljoen honden betekent dat 10,7miljoen honden die met een depressie zouden kampen en dus in aanmerking komen voor behandeling met de bewuste medicijnen. Volgende doelmarkt wordt Europa.

Volgens de website van de fabrikant vinden de depressies bij honden hun oorsprong bij verlatingsangst telkens het baasje het huis verlaat. Symptomen zijn het kapotbijten van uw huisraad, onophoudelijk geweeklaag, in huis blijven urineren, beven, overgeven of erger. Met Reconcile, enkel op voorschrift van de dierenarts en onder de vorm van een kauwbaar tablet, zou dit moeten verholpen worden, zo klinkt het.

'Maar dat mogen de dierenartsen niet gratuit voorschrijven', plaatst hondenfluisteraar Hilde Quisquater een flinke kanttekening. 'Nu bestaan ook al medicijnen voor depressieve honden, maar die dienen als hulpmiddel bij de therapie. Ik weet ook dat sommige therapeuten menselijke Prozac geven aan honden. Voorzichtigheid is daarbij toch geboden. En vooral moet niet gedacht worden dat angst en depressie bij je hond louter met wat pilletjes kan verdreven worden.' 

Tonny Verhaeghe     Terug naar boven


Angstig gedrag bij honden 

Angstig gedrag bij honden kent velerlei oorzaken maar ook diverse verschijningsvormen. Bij een angstige hond denkt u wellicht in eerste instantie alleen of vooral aan een hond die zijn staart tussen de poten drukt, een lage houding aanneemt en/of probeert te vluchten. Veel angstige honden vertonen inderdaad dit soort gedrag; deze vormen komen voort uit zogenaamde passieve verdedigende reflexen. Dat wil zeggen dat de hond wanneer hij zich bedreigd voelt, probeert de bedreiging uit de weg te gaan door zich zo klein en onderdanig mogelijk te tonen en/of door te vluchten. Verder lezen...

DE HOND
Angst bij honden - Verlatingsangst

Angstig gedrag bij honden kent velerlei oorzaken maar ook diverse verschijningsvormen. Bij een angstige hond denkt u wellicht in eerste instantie alleen of vooral aan een hond die zijn staart tussen de poten drukt, een lage houding aanneemt en/of probeert te vluchten. Veel angstige honden vertonen inderdaad dit soort gedrag; deze vormen komen voort uit zogenaamde passieve verdedigende reflexen. Dat wil zeggen dat de hond wanneer hij zich bedreigd voelt, probeert de bedreiging uit de weg te gaan door zich zo klein en onderdanig mogelijk te tonen en/of door te vluchten.

Maar: angst of onzekerheid bij honden kan zich ook uiten door het tegenovergestelde gedrag (actieve verdedigende reflexen). In dat geval toont de hond zich, wanneer hij zich bedreigd voelt, juist heel stoer. Hij gromt en/of blaft, de haren op zijn rug komen overeind, zijn staart staat hoog en de hond maakt zich zo groot mogelijk. U kunt dit vergelijken met sommige mensen, die zich heel stoer voordoen om hun eigen verlegenheid te "overschreeuwen". Bij honden is er bij dit gedrag vaak sprake van "geconditioneerde (=aangeleerde) dominantie". De hond toont zich dus heel dominant, terwijl hij eigenlijk heel onzeker of zelfs angstig is. Dit kan het gevolg zijn van een leerproces; de hond heeft dan meermalen ervaren dat de "bedreiger" afdruipt wanneer de hond zich dominant voordoet, dreigt aan te vallen of zelfs daadwerkelijk aanvalt. Vaak zien we bij een hond die geconditioneerd dominant gedrag vertoont, tegenstrijdige signalen. Bijvoorbeeld: zijn nekharen komen overeind (groot maken = dominant/actief verdedigend), maar zijn staart wijst naar beneden (klein maken = onderdanig/passief verdedigend).

Angst bij honden kan voortkomen onder andere uit (een combinatie van):

·         Genetische aanleg
Eventueel in combinatie met het imiteren (als jonge pup) van het angstige gedrag van de moederhond

·         Een slechte inprenting / socialisatie
Tot zo
n 12 weken oud doorloopt iedere hond de zogenaamde inprentings- en socialisatieperiode, ofwel primaire socialisatieperiode. In deze “gevoelige” perioden staat de hond open om te leren wat er normaal is in het leven en wat niet. Dit is als het ware zo voorgeprogrammeerd. Daarom is het heel belangrijk om een jonge pup met van alles te laten kennismaken (drukke mensenmenigte, lawaai, andere beesten, andere honden, kinderen, bezoekers, verkeer enzovoort). Hoe meer een jonge pup opdoet aan positieve ervaringen hoe beter. Hij zal dan later tegenover die dingen waarmee hij als jonge pup uitgebreid en op een positieve manier heeft kennisgemaakt op een ontspannen, vrolijke manier reageren. Heeft een hond de eerste 1 tot 3 maanden van zijn leven weinig kennisgemaakt met allerlei zaken, dan is de kans groot dat hij op latere leeftijd angstig zal zijn (en blijven!) voor deze zaken. Overigens: het socialisatieproces stopt niet abrupt op de leeftijd van 3 maanden. Wanneer een pup op jonge leeftijd bijvoorbeeld prima is gesocialiseerd met allerlei andere honden maar in de periode tussen 3 en 6 maanden geen (of vervelende) ervaringen opdoet met andere honden, dan kan het oorspronkelijk positieve effect van een goede socialisatie weer teniet worden gedaan.

·         Een traumatische ervaring
Honden kunnen angsten overhouden aan ingrijpende gebeurtenissen, zoals een auto-ongeluk, een ernstig gevecht met een andere hond, al dan niet opzettelijke mishandeling enzovoort.

Wanneer u een hond heeft die angstig gedrag vertoont, dan raden wij u aan de hulp van deskundige gedragsbegeleiders in te schakelen wanneer dit gedrag van uw hond gepaard gaat met een hoge mate van stress en/of agressie. In dit geval kan (goed bedoelde) verkeerde begeleiding van de hond namelijk al snel leiden tot verergering van het probleem en tot ongelukken!

Wanneer uw hond wel eens ergens bang voor is, zonder dat er sprake is van regelmatig terugkerende grote stress en/of agressie, dan heeft u wellicht iets aan de volgende adviezen:

1.      Troost uw hond nooit wanneer hij angstig gedrag vertoont!
Hoe begrijpelijk en menselijk troosten van een angstig dier ook is, het werkt absoluut averechts. Immers: de hond verstaat uw uitleg dat er geen reden is om bang te zijn niet, het enige dat hij hoort is dat u vriendelijk/belonend klinkt. U beloont de hond dus (onbedoeld) voor zijn angstige gedrag, waarmee u bevestigt dat dat gedrag is wat u graag van de hond wilt zien. Belonen van gedrag leidt altijd tot herhaling en intensivering van dat gedrag; uw hond zal dus steeds vaker en heftiger angstig gedrag laten zien!

2.      Stel u in plaats van troostend juist kordaat en vrolijk op wanneer uw hond bang is.
Wanneer uw hond u als zijn leider ziet en u laat zien dat er geen enkele reden is om bang te zijn (door vrolijk en zonder aarzeling gewoon recht op "het gevaar" af te gaan), dan draagt u ertoe bij uw hond over zijn angst heen te helpen. Neem een houding aan die uitstraalt "kom op, stel je niet aan" en beloon de hond pas op het moment dat die besluit om ondanks zijn angst toch maar met u mee te lopen. Wanneer u op dat moment met uw stem beloont, zorg er dan voor dat u oprecht vrolijk en dus niet geruststellend/troostend klinkt.

3.      Welke beloning u ook gebruikt, zorg dat de timing van die beloning precies goed is.
Het is dus niet goed om een hond die al angstig gedrag vertoont, af te leiden met iets lekkers of een speeltje! Dan beloont u immers precies het gedrag dat u niet wilt zien en beloond gedrag zal zich steeds vaker en heftiger herhalen. Wat wel kan is om te proberen het ontwikkelen van angstig gedrag vóór te zijn. Bijvoorbeeld: wanneer uw hond bang is voor andere honden en u ziet in de verte een andere hond naderen, doe dan iets met uw hond dat hij heel leuk vindt (vóórdat uw hond de eerste tekenen van angst of opwinding i.v.m. de naderende hond vertoont!). Speel met hem met een balletje of laat hem simpele gehoorzaamheidsoefeningetjes doen waarbij u beloont met iets lekkers. Stop het spel/de beloning zodra uw hond toch angstig gedrag gaat vertonen! Hervat het spel/de beloning zodra uw hond zich weer "gedraagt". In de tussentijd negeert u het angstige gedrag van uw hond volkomen (niet mopperen, niet troosten; gewoon niet reageren). Wanneer u dit consequent herhaalt dan gaat uw hond de komst van een andere hond zien als de voorbode van iets leuks in plaats van als iets bedreigends (namelijk dat u met hem gaat spelen of dat hij iets lekkers kan verdienen).

Of angstig gedrag kan worden afgeleerd is vooral afhankelijk van de oorzaak. Wanneer de basis van de angst een slechte inprenting / socialisatie is, dan is de kans op verbetering klein (maar niet onmogelijk). Is de angst op latere leeftijd ontstaan, dan is in de meeste gevallen verbetering of zelfs "genezing" mogelijk.

 

Verlatingsangst

Het is heel normaal en natuurlijk dat honden niet graag alleen zijn. Een hond is een sociaal dier dat van oorsprong in groepen (roedels) leeft. Wel kan door middel van training worden bereikt dat de hond het alleen zijn accepteert als een "normaal" onderdeel van zijn leven.

Uitingen van verlatingsangst zijn onder meer vernielen, onzindelijk zijn en janken en blaffen wanneer de hond alleen thuis is. Weet u niet zeker hoe u hond zich gedraagt wanneer hij alleen thuis is, dan kunt u een keer een video-opname maken terwijl u weg bent. Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden krijgt u zo een indruk van het gedrag van uw hond. U kunt dit ook doen wanneer uw hond zich "misdraagt" wanneer hij alleen is, maar u niet zeker weet of dit al dan niet met verlatingsangst te maken heeft. Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden kunt u dan wellicht vaststellen of de hond al dan niet een nerveuze indruk maakt.

Afhankelijk van het karaktertype van de hond, zijn eerdere ervaringen in dit verband en nog een aantal zaken die later aan de orde zullen komen, is deze training een meer of minder gemakkelijke opgave. Wanneer er sprake is van heftige stress bij de hond zodra die alleen thuis moet blijven, dan doet u er zondermeer verstandig aan om bij de training van de hond de hulp van een professionele gedragsbegeleider in te roepen. Gaat het om een hond die niet zo goed alleen kan zijn zonder dat er sprake is van veel stress, of gaat het om een puppy die u het alleen kunnen zijn wilt leren, dan kunt u de volgende trainingstips wellicht gebruiken:

Leer de hond de oefening AF en BLIJF (hoe dit kan op basis van beloning, kunt u leren door het volgen van een goede gehoorzaamheidscursus met uw hond). Eén van de “trucs” die u in combinatie met de oefening AF en BLIJF kunt gebruiken, is een trommeltje met hondenkoekjes. Zodra u de oefening gaat doen, staat dit trommeltje op de grond vlak bij de hond. Zodra de hond lang genoeg is blijven liggen, geeft u hem VRIJ (dit commando betekent "einde oefening"), u maakt direct het trommeltje open en geeft de hond een hondenkoekje.

Het blijven liggen wordt stapje voor stapje opgebouwd. Eerst is 5 seconden lang waarbij u bij de hond blijft staan voldoende. Dan werkt u toe naar 10 seconden, waarbij u een paar passen bij de hond wegloopt. de hond moet stapje voor stapje leren om steeds langer te blijven liggen, terwijl de afstand tot u steeds groter wordt. De eerste tijd blijft u in dezelfde kamer als de hond en in het zicht van de hond. Daarna gaat u door de deuropening naar een ander vertrek, maar de deur blijft nog open en u bent binnen een paar tellen weer terug in de kamer. Dan blijft u steeds langer uit het zicht van de hond, uiteindelijk ook achter een gesloten deur.

Iedere geslaagde oefening wordt afgesloten door uw signaal VRIJ en direct daarna een koekje uit het trommeltje. Bij iedere niet-geslaagde oefening (de hond komt voortijdig van zijn plaats) brengt u de hond rustig maar vastbesloten terug naar zijn plaats en doet u de oefening opnieuw. Als de oefening vaak niet slaagt, dan is dat een teken dat u de oefening te snel opbouwt (u wilt te snel te veel). In dat geval kunt u het beste een stapje terug doen in de opbouw (u maakt de oefening eerst weer gemakkelijker totdat het telkens weer goed gaat en bouwt vanaf dat punt de moeilijkheidsgraad weer op). Het trommeltje heeft bij veel honden een soort magische uitwerking. Gedurende uw afwezigheid staat het bij de hond als een soort symbool dat uw terugkomst en de daarop volgende beloning garandeert. Het trommeltje maakt de oefening voor de hond leuk en "helpt hem daaraan herinneren" waneer u langer weg bent. Het trainen op de oefening AF en BLIJF kan worden gecombineerd met het wennen aan een bench (kamerkennel).

Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de hond gedurende de periode dat u de training opbouwt, niet langer alleen kan zijn dan het trainingsschema op dat moment toestaat. Dit betekent dus dat, wanneer u in deze periode weg wilt of moet, u de hond zult moeten meenemen of dat u voor hem een vertrouwde "oppas" laat komen.

Overige tips in het kader van het leren alleen zijn:

·         Geef uw hond speelgoed dat speciaal bedoeld is om de hond zich in zijn eentje te laten vermaken. Bijvoorbeeld een KONG of een Activity Ball. Deze speeltjes kunt u vullen met lekkers, zodat uw hond zich niet hoeft te vervelen. Door zich te concentreren op het bemachtigen van het lekkers heeft hij ook minder "de tijd" om zich druk te maken over het feit dat hij alleen is!

·         Wanneer uw hond al zenuwachtig wordt als hij denkt dat u straks weggaat (bijvoorbeeld wanneer u uw sleutels pakt, uw jas aan doet e.d.) doe dan regelmatig alsof u weggaat zonder het echt te doen. Trek uw jas aan en even later weer uit. Pak regelmatig uw sleutels op, loop naar de voordeur en kom weer terug. Door dit regelmatig te doen leert u uw hond om minder gevoelig op dit soort signalen te reageren. Besteed geen aandacht aan het gedrag van uw hond tijdens dit soort oefeningen.
·         Maak van uw vertrek én van uw thuiskomst geen "drama". Hoe meer u zelf uitstraalt dat het volkomen normaal is om weg te gaan en weer terug te komen, hoe sneller uw hond dit ook zal accepteren! Het slechtste dat u kunt doen is uw hond troostend toespreken als u wegggaat. U bevestigt daarmee immers dat het heel erg is voor hem!
·         Straf uw hond nooit wanneer u bij thuiskomst vernielingen of de gevolgen van onzindelijkheid aantreft. De hond kan uw straf niet in verband brengen met wat hij heeft aangericht, maar zal de straf koppelen aan het feit dat u thuiskomt en hij u wil begroeten! De symptomen van verlatingsangst/stress verergeren zelfs vaak wanneer de hond naderhand gestraft wordt. Immers, alleen thuis blijven wordt voor de hond steeds stress-voller (gezien de verwachte straf bij thuiskomst van de baas). Veel eigenaren denken dat hun hond wel degelijk weet dat hij "fout" is geweest maar dit is niet het geval! Het feit dat hij mogelijk "kruiperig" doet wanneer u thuiskomt is een uiting van onzekerheid en het proberen te vermijden van straf door zich onderdanig te gedragen. Waarvóór hij (mogelijk) gestraft zal worden is de hond echter niet duidelijk! Bedenk bovendien dat een hond die lijdt aan verlatingsangst niet vernielt of onzindelijk is om u te pesten, maar dat het uitingen zijn van een hoge mate van stress.     Terug naar boven

Cavia – Geluiden

Aandacht vragen
: als de cavia aandacht wil of krakende plastic zakjes hoort die hij associeert met eten, zal hij hard gaan piepen. Dit piepen lijkt een beetje op fluiten. Beluister dit geluid

Boos zijn: als de cavia kwaad is, zal hij gaan klappertanden. Dit gebeurt voornamelijk onder soortgenoten. Beluister dit geluid

Meer geluiden...          Terug naar boven


Onderschat de kattenziekte niet

Toxoplasmose, ook nog de kattenziekte genoemd, wordt onderschat. Dat beweren Nederlandse deskundigen van de Voedsel en Waren Autoriteit. Zij bekeken de ziektelast van toxoplasmose, en volgens hen is het één van de ergste infecties die je van een dier kan krijgen. De infectie leidt tot een langere en zwaardere ziekteperiode dan gedacht.

Parasieten
Besmettelijke eitjes uit kattenpoep en vlees van besmette dieren veroorzaken de ziekte. Het zijn vooral de katten die de gastheer zijn van deze parasiet. De parasieten huizen in kysten, die als een soort cocon in de kat zitten. Via hun uitwerpselen komen die kysten in de grond terecht waar ze lange tijd kunnen overleven. Onder meer door het eten van ongewassen, rauwe groenten kan men een besmetting oplopen. Ook schapen- en varkensvlees bevat vaak dergelijke kysten. Door het vlees in te vriezen of goed te doorbakken, sterven de kysten af.

Voorlichting
De deskundigen willen dat er meer voorlichting komt om besmetting te voorkomen. Handschoenen dragen bij het verschonen van de katttenbak of bij het tuinieren zijn simpele maatregelen met grote effecten.

Zwanger
Vooral tijdens de zwangerschap kan de ziekte lelijk huishouden. Ongeboren kinderen kunnen zware gevolgen hebben als mentale achterstand, ernstige oogafwijkingen tot blindheid, een waterhoofd of juist een veel te klein hoofd.

In België heeft zowat de helft van de zwangere vrouwen toxoplasmose gehad voor ze zwanger werden. Zij hebben antistoffen en zijn voor hun verdere leven tegen de ziekte beschermd. De andere helft heeft geen toxoplasmose-antistoffen en moet zich tijdens de zwangerschap tegen besmetting beschermen. Een vaccin tegen de ziekte bestaat immers niet.

Antistoffen
Bij volwassenen kan het leiden tot extreme vermoeidheid en leverproblemen. De ziekte is moeilijk te genezen. Veel mensen hebben antistoffen tegen de parasiet in hun bloed, wat betekent dat ze ooit besmet zijn geweest. Vooral mensen met een zwakke weerstand worden ziek, veel anderen merken helemaal niets van de besmetting. (lvl)

Bron Goed gevoel nl       Terug naar boven


Anaalklieren

Anaalklieren hond en kat

Honden en katten willen nog wel eens last hebben van de anaalklieren.
Dat zijn geurkliertjes die in de sluitspier van de anus ingebed liggen.
Bij de voorouders van onze huisdieren dienden ze om geurstoffen af te scheiden teneinde het territorium af te bakenen, maar die functie is grotendeels weggeëvolueerd.
Nu kunnen ze honden en soms ook katten heel wat last bezorgen doordat ze overvuld raken en dan vaak ontstoken zijn.
Veel lezers hebben daar vragen over.
Dierenarts Herman Aa geeft antwoord.

Alex van Leeuwen beschrijft het gedrag van zijn cockerspaniël, die regelmatig met zijn achterste over de grond schuurt.
Dit ’sleetje rijden’ is een poging om van de irritatie en jeuk af te komen. De hond – maar ook soms de kat – schuift hierbij met z’n achterste over de grond, vaak met de achterpoten omhoog. Ook komt het voor dat hond of kat rond de staart zit te likken en te bijten, soms tot bloedens toe.
Deze irritatie kan zich uitbreiden over het hele lichaam. Zij wordt veroorzaakt doordat het ontstekingsmateriaal uit de anaalklier in de bloedbaan komt. Ook kan een vreemde zwelling bij zijn anus erop duiden dat er iets mis is met de anaalklieren.
Een bezoek aan de dierenarts is aan te raden. Deze zal eerst kijken of er misschien nog andere oorzaken (lintwormen, vlooien, allergie) zijn voor de klachten en vervolgens de anaalklieren van de hond (inwendig) of kat bevoelen en uitdrukken of spoelen met medicijnen onder een lichte verdoving.

  Anaalklier


R.M. Hartel wil weten waar de kliertjes precies zitten.
Als hij zijn chihuahua op die gevoelige plaats wil bekijken, wordt hij gebeten.
Annemarie ter Borg heeft gehoord dat je zelf kunt voelen of de anaalklieren moeten worden uitgedrukt.
En kun je dat zelf doen of kun je dat beter aan een deskundige overlaten?
Aangezien de kliertjes in de sluitspier zitten, betekent dit dat de hond rectaal zal moeten worden onderzocht.
Met een met vingercondoom beschermde vinger in de anus wordt de anaalklier opgezocht en indien nodig uitgedrukt en schoongemaakt.
Bij de kat wordt de anaalklier uitwendig leeggedrukt.
Het stinkt wel!
Het is aan te bevelen een bril te dragen, zodat er niets in de ogen komt.
De behandeling is voor zowel de hond als de kat onaangenaam, maar alleen bij een ontsteking echt pijnlijk.

In de meeste gevallen is het voldoende dat uw dierenarts de kliertjes leegdrukt, maar in enkele gevallen is verdere behandeling noodzakelijk.
Als de anaalklieren ontstoken zijn, zal de dierenarts uw dier een medicijnenkuur voorschrijven om de jeuk en irritatie de kop in te drukken.
Dit kan met een anti-jeukinjectie of langdurige tablettenkuur.

  Anaalklieren

Anaalklierabcessen worden – als ze niet zijn doorgebroken – geopend en uitgespoeld.
Dit is zo pijnlijk dat het dier een roesje krijgt. Ook hier wordt met medicijnen, maar vooral een antibioticakuur, nabehandeld om de ontsteking weg te krijgen.
Bij sommige dieren helpt het leegdrukken van de kliertjes maar heel kort.
Na enkele weken beginnen de problemen opnieuw.
In dat geval is het verstandig om de klieren operatief te laten verwijderen.
Voor deze operatie wordt uw huisdier verdoofd, de haren om de anus worden weggeschoren en de anaalklieren leeggedrukt.
De kliertjes worden gevuld met een kunststof om ze tijdens de operatie makkelijker terug te vinden.


Naast de anus wordt een klein sneetje gemaakt en de anaalklier wordt uit de sluitspier gepeld en verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht. De andere klier wordt op dezelfde wijze behandeld.

Anja K., eigenares van een jonge Duitse herder, vraagt zich af of er medicijnen zijn tegen volle anaalzakjes.
Deze medicijnen zijn pure symptoombestrijding en niet iets waardoor de anaalklieren niet meer vollopen.
Zijn ze alleen overvuld en komt er een heldere vloeistof uit na het uitdrukken, dan betekent dit dat de spiertjes om de anaalzakjes niet meer functioneren en het dier zelf niet meer in staat is ze te legen.

 Bron : Dierenkliniek Kortenoord.nl     Terug naar boven


Zaagsel schadelijk voor uw knaagdier of konijn?    

Zaagsel bevat zo veel schadelijke stoffen dat het totaal ongeschikt is als bodembedekker voor knaagdieren en konijnen. Maar ook hun verzorgers lopen gezondheidsrisico. Paarden eten in wisselende hoeveelheden zaagsel / houtsnippers en de schadelijk werking van abietinezuur op paarden staat ter discussie.

Inleiding

Zaagsel (houtsnippers, houtkrullen) wordt in Europa grotendeels gemaakt van naaldbomenhout (sparren en dennen) dat vele giftige stoffen bevat, waaronder de kankerverwekkende aromatische koolwaterstoffen (fenolen) en abietinezuur. Het intensieve contact van knaagdieren en konijnen met hun bodembedekker heeft grote gevolgen voor hun gezondheid en welzijn. Diverse typen zaagsel (houtsnippers, houtkrullen) die in Nederland worden gebruikt en in de winkel liggen zijn recentelijk onderzocht op de concentratie van abietinezuur in Wageningen en de resultaten waren ronduit schokkend (tabel 2). Al het onderzochte zaagsel was afkomstig van naaldbomen, sparren en dennen, (tabel 1) en bevatte wisselende, maar substantiële concentraties van het abietinezuur. Deze schadelijke stof geeft kans op leverfunctiestoornissen en leverziekten, klachten aan de luchtwegen (pneumonie) en vergroot de kans op kanker voor konijnen en knaagdieren die op dit zaagsel leven.

Ook voor paarden is nader onderzoek nodig om de schadelijkheid van zaagsel door eten en door inademen van houtdeeltjes op basis van dennen en sparren.

Welke schadelijke stoffen in zaagsel?

Zaagsel wordt al jaren door veel eigenaren van knaagdieren, konijnen en paarden met volle tevredenheid gebruikt als bodembedekking en strooisel. Het is goedkoop, ruikt vaak lekker en heeft natuurlijke insectenwerende en desinfecterende eigenschappen door de aromatische verbindingen (fenolen) die in het hout zitten, met name uit naaldbomen. Maar een ¨natuurlijk product¨ betekent niet altijd dat het onschadelijk is voor de dieren die er op en in leven, integendeel. De toxische stoffen in de houtkrullen zijn schadelijk voor de gezondheid van het knaagdier en konijn. Eén van de meest giftige stoffen in het zaagsel is abietinezuur, wat in bijna alle soorten naaldbomen in wisselende hoeveelheid voorkomt. De knaagdieren en konijnen leven in nauw contact met de bodembedekking en daarom heeft het strooisel grote invloed op de gezondheid en welzijn van deze dieren.

Gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door toxische stoffen zoals abietinezuur en andere koolwaterstoffen (fenolen) in zaagsel. Waarschijnlijk komen kleine zaagseldeeltjes als stof in de luchtwegen en beschadigen daar het epitheel en komen de toxische stoffen in de bloedcirculatie. Verder zal opname plaatsvinden door het eten van zaagsel, waardoor abietinezuur rechtstreeks de lever belast door opname van wisselende hoeveelhede abietinezuur doir het lichaam.

Bij ratten geven de fenolen een op allergie lijkende reactie die het aanslaan van MycoplasmaÿPulmonis-gerelateerde infecties bevordert, waar tamme ratten ziek van kunnen worden en zelfs in korte tijd aan kunnen sterven. In feite is het geen allergie maar een intoxicatie met fenolen. Het epitheel van de trachea en bronchiën wordt beschadigd, waardoor virale en bacteriële infecties makkelijker aanslaan. De toxische stoffen komen ook in de bloedbaan terecht en geven leverbeschadiging. Bij langdurige blootstelling aan giftige stoffen uit het zaagsel is de schade aan de lever zeer uitgebreid en zo goed als onherstelbaar. De leverenzymen in het perifere bloed stijgen als indicatie voor leverschade en het immuunsysteem begint te verzwakken, waardoor we eigenlijk een zieke rat hebben.  

www.klaver4dieren.nl
E-mail: info@klaver4dieren.nl      
Terug naar boven


Een hond die verkeerd eet

Het is mogelijk dat een hond wel kan eten, maar niet wil eten omdat hij bijvoorbeeld ziek is, angstig is op de plek waar de voerbak staat of zo opgaat in de drukte in huis dat hij zich geen tijd neemt om te eten. Daarnaast is het mogelijk dat de hond wel wil eten, maar niet kan. Bijvoorbeeld omdat hij niet meer kan slikken (vergiftiging of kaakbreuken), omdat hij iets gebroken heeft en niet meer kan lopen of omdat hij pijn aan zijn tanden of kiezen heeft (tandsteen). Door deze en nog vele andere oorzaken kan de hond onvoldoende voer opnemen of kan de voedselopname gestoord zijn. Om dat tijdig te ontdekken, moet de eigenaar van de hond dan ook af en toe eens de tijd nemen om naar het eten van de hond te kijken. Dus niet alleen een bak voer ervoor zetten en weglopen, maar eens gericht naar het eten kijken. Er is dan een aantal vragen te stellen:
- Slikt de hond wel goed, eet hij alles in een normaal tempo op of heeft hij problemen met kauwen?
- Staat hij rustig bij zijn voerbak of kijkt hij angstig om zich heen?
- Eet hij het eten achter elkaar op of loopt hij steeds weg?
Als alles goed verloopt, zal de voedselopname niet gestoord zijn.

Bron Hart voor dieren

Henk Lommens dierenarts    Terug naar boven