|
INDEX
Menu: (klik op onderstaande linken om naar het onderwerp
te gaan)
Meer katten vaccineren
De hond nuttige weetjes
Jachtinstict bij katten
honden hebben wel eens
last van stress
Prozac voor honden te koop
Angstig gedrag bij
honden
Cavia geluiden
Onderschat de
kattenziekte niet
Anaalklieren
Zaagsel schadelijk
voor knaagdier of konijn ?
Een hond die verkeerd eet
Toedienen van medicijnen
Wat kun
je doen bij een tekenbeet ?
Wat kun je doen bij een tekenbeet? Niet verzorgen kan de
ziekte van Lyme veroorzaken:
Vanaf het voorjaar
neemt de kans op een tekenbeet toe. Een teek is amper een speldenkop
groot, leeft in bossen en graslanden en hecht zich vast aan mens en
dier om bloed te zuigen op momenten dat het zich wil voortplanten.
Eenmaal op mens of dier kruipt het kleine diertje naar een plaats waar
de huid het dunst is en bijt zich stevig maar pijnloos vast. Als de
teek daar meer dan 12 uur kan blijven zitten, besmet ze 1% tot 3,4% van
de slachtoffers met de ziekte van Lyme. De ziekte is niet overdraagbaar
tussen mensen, noch tussen mens en dier.
Van zodra de teek voldoende bloed gezogen heeft, maakt hij zich van de
huid los en laat hij zich op de grond vallen.
Symptomen van de Lyme ziekte.
Er zijn drie ziektestadia maar die worden niet altijd alle drie
doorlopen:
1. 3 dagen tot 3 maanden na de tekenbeet.
• op de plaats van de beet verschijnt een rode, ringvormige vlek die
geleidelijk groter wordt.
• Je krijgt griepsymptomen zoals hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid,
matige koorts.
2. enkele weken of maanden na de tekenbeet.
• pijn in armen of benen
• scheefstaand gezicht door spierverlamming
• dubbelzien
• hartritmestoornissen
3. maanden en soms zelfs jaren na de tekenbeet.
• pijn en zwelling in één (dikwijls de knie) of meerdere gewrichten
• chronische neurologische stoornissen (zelden)
• laattijdige huidletsels op armen of benen
Wat kun je doen bij een tekenbeet?
Slechts een 10% van de teken zou besmet zijn met de ziekteverwekkende
bacterie die Lyme veroorzaakt. Dus niet alle tekenbeten veroorzaken de
ziekte. Paniek is dus niet nodig, voorzichtig is wel aan te raden.
Eenvoudige maatregelen kunnen echter voorkomen dat mensen deze ziekte
krijgen.
Verwijder de teek binnen 24 uur en op de juiste manier. De kans op
besmetting is dan vrijwel uitgesloten.
1. Pak de teek met een pincet zo dicht mogelijk bij
de huid vast en trek hem voorzichtig uit de huid. Druk de teek hierbij
niet plat. Een achterblijvend stukje van de monddelen van de teek kan
geen kwaad; het verdwijnt vanzelf uit het wondje. Bij de apotheek zijn
speciale producten te koop om teken te verwijderen.
2. Ontsmet het wondje met 70% alcohol,
jodiumtinctuur of –zalf.
3. Noteer de datum
in je agenda en let tot drie
maanden na de beet op ziekteverschijnselen, bijvoorbeeld griepachtige
klachten en een ringvormige huiduitslag rond de plaats van de beet.
4. Als je de teek niet zelf wil of kunt verwijderen, raadpleeg dan je
arts.
Terug naar boven
Toedienen van medicijnen
(gezelschapsdieren)
Het
kan nodig zijn om uw huisdier te behandelen met diergeneesmiddelen. Dit
hoeft niet altijd gepaard te gaan met ziekte, denk bv. maar aan de
poezenpil, vlooienbestrijding enz. Toediening is niet altijd eenvoudig,
omdat het dier kan weigeren hieraan mee te werken. We bespreken daarom
enkele mogelijkheden van medicijntoediening zonder al te veel stress
bij
dier
en eigenaar.
Tabletten
kunnen achter op de tong worden ingegeven, waarna de bek wordt gesloten
en de keel gemasseerd om het slikken te bevorderen. Bij de kat kan het
nodig zijn dat iemand anders de voorpoten vasthoudt. Ook kan geprobeerd
worden om de tablet in wat vlees
(smeerworst) of kaas te verstoppen, liefst voor het eten. Een heel
nuttig hulpmiddel kan de pillenschieter zijn (verkrijgbaar bij uw
dierenarts). Hiermee is snel en veilig te werken, terwijl de dieren
weinig merken.
Door
de slikreflex is de kans is heel klein dat de tabletten in de luchtpijp
komen. Wanneer de tabletten te groot zijn, kunnen ze verpulverd worden
tussen twee lepels en zo gemengd worden met wat aantrekkelijk voedsel
of drinken. In vloeibare vorm kan het ook met een injectiespuit worden
ingegeven. Het is nu ook duidelijk hoe poeders en drankjes toegediend
kunnen worden. Pasta's zijn direct op de tong in
te geven. Kleverige pasta's kunnen op de
bovenlip of de voorpoot worden gesmeerd, die daarna wordt schoongelikt.
Niet teveel anders
schudt
het dier het eraf!
Oogzalf
of -druppels worden op kamertemperatuur op het oog aangebracht. De hand
met de tube of flacon rust op de kop waardoor bij onverwachte
bewegingen beschadiging van de oogbol wordt voorkomen. Door de oogleden
over het oog te masseren wordt het medicijn goed
verdeeld. Oorzalf of -druppels worden in de gehoorgang gebracht waarbij
de tube of flacon evenwijdig aan de kop wordt gehouden (dus niet dwars
erop), om trommelvliesbeschadiging te voorkomen. Na het inbrengen wordt
de oorschelp neergedrukt en gemasseerd zodat de zalf of druppels goed
in de gehoorgang verspreid worden. Tenslotte wordt de oorschelp
schoongemaakt met een tissue.
Zalf
of lotion wordt soms toegepast bij huidaandoeningen. Om te voorkomen
dat het
dier dit op bereikbare plaatsen er direct
aflikt, kan het beter vlak voor het eten of het uitlaten worden
aangebracht zodat het dier tijdelijk is afgeleid zodat het product kan
'intrekken'. Een andere mogelijkheid is om tijdelijk even een kraag om
te doen.
Wassen
kan
nodig zijn bij huidaandoeningen of ongedierte. Gebruik niet te warm
water, laat het wasmiddel 5 minuten intrekken,
spoel goed uit en herhaal de behandeling. Afsponzen is soms een
alternatief. Het dier mag hierna in de meeste gevallen afgedroogd of
gefõhnd worden.
Copyright © DierenNieuws Terug naar boven
Meer katten vaccineren
Katten die niet
gevaccineerd zijn tegen de meest voorkomende virale oorzaak van
niesziekte vormen het belangrijkste besmettingsrisico voor andere
katten, aldus de Europese adviesraad van kattenziekten (Advisory Board
on Cat Diseases, ABCD). Zij dringt dan ook aan op vaccinatie en
jaarlijkse boosters van alle katten in Europa tegen het feline
herpesvirus (FHV-1) ter bescherming van de kattenbevolking.
Hoewel meerdere ziektekiemen kunnen bijdragen tot niesziekte, is FHV-1
verantwoordelijk voor de ergste ziekteverschijnselen. Vaccinatie tegen
FHV-1 beschermt de kat tegen de ziekte veroorzaakt door het virus en
het ontwikkelen van de ergste niesziektesymptomen, die in bepaalde
gevallen zelfs dodelijk kunnen zijn.
Bovendien verspreiden gevaccineerde katten de ziekte minder en dragen
zo bij aan een verminderd voorkomen van de ziekte. Vaccineren tegen
FHV-1 is dus een teken van verantwoord huisdierbezit aangezien het de
hele kattenbevolking ten goede komt.
Hoewel de ziekteverschijnselen meestal binnen een à twee weken
verdwijnen, raken de meeste katten het virus nooit helemaal kwijt en
worden ze levenslange dragers, en daarmee een belangrijke bron van
nieuwe infecties. Dit betekent dat het virus na herstel levenslang
verborgen in het lichaam aanwezig blijft. Stress kan het verborgen
virus reactiveren, wat tot een nieuwe aanval van niesziekte en
virusverspreiding leidt. Dit geldt vooral voor situaties waar grote
aantallen katten samenwonen, zoals in huishoudens met meerdere katten,
kattenpensions en –asiels.
Typische ziekteverschijnselen van met FHV-1 besmette katten zijn
ontstekingen van de neus (rhinitis) en oogvliezen (conjunctivitis), wat
leidt tot snotteren, niezen en zere, tranende ogen. De ziekte kan ook
een pijnlijke, diepe ontsteking van het hoornvlies van het oog (cornea)
tot gevolg hebben, een zogenaamde ulceratieve keratitis.
Jaarlijkse boosters zijn vooral belangrijk voor katten met risico,
zoals katten in pensions, in huishoudens met meerdere katten en
kattenshows. In bepaalde laagrisico situaties, zoals binnenkatten
zonder enig contact met andere katten, kan een driejaarlijks interval
eventueel overwogen worden. Aangezien alle katten anders zijn, met een
eigen omgeving en levensstijl, dienen eigenaren hun dierenarts te
raadplegen voor een persoonlijk aangepast entschema voor hun kat.
Kijk voor meer informatie en downloads van de volledige richtlijnen
over de ziekte veroorzaakt door FHV-1 op www.abcd-vets.org
Terug naar boven
DE
HOND
Nuttige Weetjes
Dat
het heel normaal is wanneer honden af en toe gras eten. Het helpt ze
bij hun spijsvertering.
Dat
de voorpoten van een hond groter zijn dan de achterpoten omdat ze bij
het lopen 60% van het gewicht dragen?
Dat
tussen de 8 en 12 weken het leervermogen van een pup het grootst is?
Wat hij dan leert, vergeet hij nooit meer. De voorwaarde is echter wel
dat je blijft trainen met je hond. Leer je bijvoorbeeld in die periode
je hond zitten en je herhaalt dit later niet, dan zal je hond dit
vergeten.
Blijf
altijd rustig, zorg ervoor dat je niet gefrustreerd raakt als de hond
niet meteen doet wat je van hem verlangt. Geduld en
doorzettingsvermogen wordt op termijn beloont. Als een hond bv moet
gaan zitten, dit commando niet 20 keer geven. Één commando moet
voldoende zijn, druk de hond daarna zachtjes op zijn achterste terwijl
je de hond naar achteren trekt met de riem en geef tijdens deze
handeling weer het commando zit. Bij positief resultaat meteen belonen
(spelen of iets lekkers geven, sommige honden vinden een aai
over de kop of klopje op de borstkast al genoeg) en stoppen met de
oefening.
Dat
de laatste wetenschappelijke theorie betreffende de puberteit is dat de
puberteit bij zoogdieren (ja, ook honden dus) net zo lang duurt als
diegene die naast hem (of haar) staan dat gedrag toelaten. Met andere
woorden: bij goed leiderschap hebben honden een korte puberteit…
Dat
een loopse teef in de omgeving uw hond zo kan opwinden dat hij door
'liefdesverdriet' zijn eetlust verliest?
Dat
reuen pas hun poten optillen bij het plassen wanneer ze geslachtsrijp
zijn? Daarvoor plassen ze net als teven.
Dat
waakhonden die een zaak bewaken, evenals werkhonden gelden als
aftrekpost voor de belasting?
Terug naar boven
DE KAT
Jachtinstinct bij katten
Ondanks de perfecte jachttechniek mislukken
vier van de vijf pogingen. Niet omdat de kat fout richt, maar omdat de
buit het van tevoren door heeft en zich nog uit de voeten kan maken.
Vergeet nooit dat een kat van nature een jager is. Hij jaagt niet
alleen op muizen, maar ook op vogels, kleine kippen, vissen in de
vijver
en ga zo maar door. Houd daar rekening mee.
Ritselen, piepen en alle snelle bewegingen van kleine dingen ziet elke
kitten. Volwassen katten zien het verschil tussen speelgoed en echte
buit. De kittens proberen hun vangkunsten uit op ballen, papier,
bladeren en knuffelbeesten. Zo trainen ze de spieren, de ogen en de
sprongtechniek. Elke foute sprong is een harde leerschool en zorgt
ervoor dat het kitten opgroeit tot een echte jager.
Uit het raam kijken is een favoriete bezigheid van de flatkat. Ze
reageert op de bewegingen en geluiden van buiten alsof er geen glas
tussen zit. Een voorbijvliegende vogel laat haar staart heen en weer
gaan, waarmee ze haar zin tot jagen toont. Deze zin naar jagen
bevordert de speekselvloed. Is de prooi verdwenen ontspant ze zich
weer. Een vlieg die langs de ruit loopt, fungeert als vervanging van de
prooi en heeft over het algemeen geen kans tegen de poot van de kat.
Elke buit wordt eerst gefixeerd voordat de jacht begint. Een kat
probeert de meest geschikte positie in te nemen, om dan met een
rechtstreekse sprong onmiddellijk voor het slachtoffer te komen. Als
een katapult wordt het lichaam gespannen: ze buigt voor in de knie en
stelt zich achter op te teenballen, trippelt enkele keren heen en weer.
Hierbij is de blik voortdurend op het slachtoffer gericht. Na enkele
wipbewegingen knalt ze naar voren door de knieën achter bliksemsnel te
strekken.
Het jagen hoort voor dieren die in het wild uitsluitend van de jacht
leven, ook als huisdier tot de belangrijkste levenservaringen.
Kattenkinderen die nooit mogen jagen verpieteren geestelijk en
ontwikkelen gedragsstoornissen.
De moeder bepaalt waar een kat later op gaat jagen. Dit doet ze door
doelbewust bepaalde prooidieren op te zoeken. Een kat brengt alleen
maar levende muizen mee naar de kittens om hen zo het jagen te leren.
Als een kat aanvalt kan hij door de vele strekkingen van de ledematen
in feite niet meer normaal lopen. Bewegen doen ze door middel van
kleine sprongetjes met alle vier de poten tegelijk de lucht in.
Het jagen begint al in de 4e week. Daarvoor zijn
broertjes en zusjes belangrijker dan ‘dode dingen’. Zodra je merkt dat
de kleintjes willen jagen, moet je ze stimuleren. Het vangen van muizen
is een instinct. Weeskatjes vangen spelenderwijs muizen. Alleen het
doden wordt van de moeder geleerd.
Na het jagen op de grond voor een holletje jaagt de kat het liefst in
de lucht. Als je een stukje speelgoed aan een touwtje aan het plafond
laat hangen, probeert de kat al gauw de prooi met een sprong te pakken
te krijgen. Meestal zal het niet lukken de prooi te pakken te krijgen,
maar dat kan hem niet schelen. De zin om zich te bewegen is aangeboren
en ook in het wild levende katten jagen omdat ze het leuk vinden, ook
al zitten ze vol.
Katten die erg aan hun baas hangen, verrassen deze vaak met een
gevangen muis, die ze dan liefdevol in het bed leggen of voor de voeten
van de baas vleien. Je kat wil je hier echt een plezier doen door de
buit met je te delen. Ze mag dus niet uitgescholden worden. Het enige
middel ertegen is de kat bij het binnenkomen te controleren. Als de kat
dan een muis heeft, toon je buiten je blijdschap over deze verrassing.
Een kat kan niet lang hardlopen. Hij haalt een maximumsnelheid van rond
de
48 km per uur, maar houdt dat maximaal 1
minuut vol. Hierdoor heeft het weinig zin om bij een vlucht op de grond
te blijven. Een kat zal meestal zo snel mogelijk naar boven vluchten.
Weinig dieren zullen hem dan kunnen volgen.
Katten vinden intuïtief de makkelijkste manier om omhoog of naar
beneden te klauteren. Om omhoog te springen gaan ze recht voor het doel
staan, zodat ze onder een hoek van 45° kunnen springen en zich met
beide voorpoten kunnen vasthouden. Voor de afsprong hebben ze de kracht
van de achterpoten nodig. Daarmee houden ze zich aan het startpunt
vast, terwijl de rest van het lichaam kaarsrecht in startpositie wordt
gebracht. De sprong is bijna kaarsrecht om zo weinig mogelijk
luchtweerstand te hebben.
Een kat kan niet met de kop omlaag naar beneden klauteren. De naar
binnen gebogen nagels verhinderen dit. De kat moet langzaam achteruit
of naar beneden springen. Bij het naar beneden klauteren trekt de kat
de nagels van de achterpoten in. Vasthouden doen ze dus alleen met de
voorpoten. Bij het omhoog klimmen worden de nagels van alle poten
gebruikt. Dat bijna alle wilde katten tijdens de schemering of ‘s
nachts jagen, hangt af van de prooi, die eveneens om die tijd actief
is. De Spaanse wilde kat, die hoofdzakelijk van kleine knagers leeft
die overdag actief zijn, jaagt pas na zonsopgang. Haar ogen laten ook
meer kleurgevoelige kegels zien. De kat past zich dus aan aan de
plaatselijke omstandigheden. Ook onze huiskat laat deze aanpassing
zien. Ze is eveneens overdag actief.
Als je wilt dat je kat stopt met de nachtelijke wandelingen, sluit haar
dan enkele weken consequent in huis op. Ze verzet dan haar interne klok
en gaat overdag wandelen. Terug naar boven
|
'Ook honden hebben weleens
last van stress'
Er
viel veel te zien tijdens de open dag van de Gemertse
dierenartsenpraktijk
gisteren.foto Ton van de Meulenhof
HELMOND
- Een acupunctuurbehandeling, een dermatologisch consult, een
röntgenapparaat
en een heus laboratorium voor onder meer bloedonderzoek.
En
dat allemaal niet bij een ziekenhuis, maar in de nieuwe
dierenartsenpraktijk aan
de Griffier Corstenstraat
6 in Gemert.
Gisteren hield de praktijk een open dag om een kijkje te geven in de
moderne
wereld van een dierenarts vandaag de dag. "De zorg die wij bieden komt
over
van de humane sector", heette het.
Met in totaal twaalf dierenartsen is de dierenartsenpraktijk in Gemert
groot in
zijn soort. Er is ook nog een dependance in Beek en Donk.
"Dierenartsenpraktijken zijn niet meer te vergelijken met die van
vroeger.
Wij kunnen ook voor dieren steeds meer betekenen op het gebied van
zorg, net
zoals in de humane sector. Ook honden hebben weleens last van stress en
overgewicht. En dat kunnen wij behandelen", vertelt dierenarts Maurice
Moonen.
Maud Eikelenboom (11) uit Elsendorp is met haar ouders naar de praktijk
in
Gemert gekomen. Geïnteresseerd luistert ze naar het verhaal van een van
de
medewerkers. "We hebben thuis een boerderij met heel veel dieren",
vertelt ze trots. Toch ziet ze zichzelf later niet in een
dierenartsenpraktijk
werken. "Ik vind dieren heel leuk, maar de foto's van die operaties
zien er
zo eng uit."
Het is niet alleen druk in de nieuwe praktijk. Ook op het buitenterrein
zijn
flink wat geïnteresseerden te vinden. Gijs Koenders (11) en Job
Vennekens (12)
hebben geen tijd voor een ritje in de huifkar. Ze zijn hard aan het
werk.
"Wij ruimen vandaag alle poep op", lachen ze. "Konijnenkeutels
zijn niet zo erg, maar die paardenpoep vind ik maar vies", vindt Job.
Gijs
heeft er niet veel last van. "Wij zijn de poepruimers!"
Bron
ED NL Terug
naar boven
Nu
ook Prozac voor honden te koop
In is
Reconcile, de hondentegenhanger van Prozac, op
de markt. Volgens de producent omdat 17procent van de honden lijden aan
angsten
en depressie.
Niet alleen de mens, ook de hond lijdt aan depressies, zo weet Eli
Lilly,
producent van zowel Prozac als Reconcile. Nu ze van de Food and Drugs
Administration (FDA) de toestemming kregen om hun product te
commercialiseren,
boren ze meteen een gigantische markt aan. Met een geschat aantal van
63miljoen
honden betekent dat 10,7miljoen honden die met een depressie zouden
kampen en
dus in aanmerking komen voor behandeling met de bewuste medicijnen.
Volgende
doelmarkt wordt Europa.
Volgens de website van de fabrikant vinden de depressies bij honden hun
oorsprong bij verlatingsangst telkens het baasje het huis verlaat.
Symptomen
zijn het kapotbijten van uw huisraad, onophoudelijk geweeklaag, in huis
blijven
urineren, beven, overgeven of erger. Met Reconcile, enkel op
voorschrift van de
dierenarts en onder de vorm van een kauwbaar tablet, zou dit moeten
verholpen
worden, zo klinkt het.
'Maar dat mogen de dierenartsen niet gratuit voorschrijven', plaatst
hondenfluisteraar Hilde Quisquater een flinke kanttekening. 'Nu bestaan
ook al
medicijnen voor depressieve honden, maar die dienen als hulpmiddel bij
de
therapie. Ik weet ook dat sommige therapeuten menselijke Prozac geven
aan
honden. Voorzichtigheid is daarbij toch geboden. En vooral moet niet
gedacht
worden dat angst en depressie bij je hond louter met wat pilletjes kan
verdreven
worden.'
Tonny
Verhaeghe Terug
naar boven
Angstig
gedrag bij honden
Angstig
gedrag bij honden kent velerlei oorzaken maar ook diverse
verschijningsvormen.
Bij een angstige hond denkt u wellicht in eerste instantie alleen of
vooral aan
een hond die zijn staart tussen de poten drukt, een lage houding
aanneemt en/of
probeert te vluchten. Veel angstige honden vertonen inderdaad dit soort
gedrag;
deze vormen komen voort uit zogenaamde passieve verdedigende reflexen.
Dat wil
zeggen dat de hond wanneer hij zich bedreigd voelt, probeert de
bedreiging uit
de weg te gaan door zich zo klein en onderdanig mogelijk te tonen en/of
door te
vluchten. Verder
lezen...
DE HOND
Angst bij honden - Verlatingsangst
Angstig gedrag bij honden kent
velerlei oorzaken maar ook diverse verschijningsvormen. Bij een
angstige hond
denkt u wellicht in eerste instantie alleen of vooral aan een hond die
zijn
staart tussen de poten drukt, een lage houding aanneemt en/of probeert
te
vluchten. Veel angstige honden vertonen inderdaad dit soort gedrag;
deze vormen
komen voort uit zogenaamde passieve verdedigende reflexen. Dat wil
zeggen dat de
hond wanneer hij zich bedreigd voelt, probeert de bedreiging uit de weg
te gaan
door zich zo klein en onderdanig mogelijk te tonen en/of door te
vluchten.
Maar: angst of onzekerheid bij honden kan zich
ook
uiten door het tegenovergestelde gedrag (actieve verdedigende
reflexen). In dat
geval toont de hond zich, wanneer hij zich bedreigd voelt, juist heel
stoer. Hij
gromt en/of blaft, de haren op zijn rug komen overeind, zijn staart
staat hoog
en de hond maakt zich zo groot mogelijk. U kunt dit vergelijken met
sommige
mensen, die zich heel stoer voordoen om hun eigen verlegenheid te
"overschreeuwen". Bij honden is er bij dit gedrag vaak sprake van
"geconditioneerde (=aangeleerde) dominantie". De hond toont zich dus
heel dominant, terwijl hij eigenlijk heel onzeker of zelfs angstig is.
Dit kan
het gevolg zijn van een leerproces; de hond heeft dan meermalen ervaren
dat de
"bedreiger" afdruipt wanneer de hond zich dominant voordoet, dreigt
aan te vallen of zelfs daadwerkelijk aanvalt. Vaak zien we bij een hond
die
geconditioneerd dominant gedrag vertoont, tegenstrijdige signalen.
Bijvoorbeeld:
zijn nekharen komen overeind (groot maken = dominant/actief
verdedigend), maar
zijn staart wijst naar beneden (klein maken = onderdanig/passief
verdedigend).
Angst bij honden kan voortkomen onder andere
uit (een
combinatie van):
·
Genetische aanleg
Eventueel in combinatie met het imiteren (als jonge pup) van het
angstige gedrag
van de moederhond
·
Een slechte inprenting / socialisatie
Tot zo’n 12 weken oud doorloopt iedere hond de
zogenaamde inprentings- en
socialisatieperiode, ofwel primaire socialisatieperiode. In deze
“gevoelige”
perioden staat de hond open om te leren wat er normaal is in het leven
en wat
niet. Dit is als het ware zo voorgeprogrammeerd. Daarom is het heel
belangrijk
om een jonge pup met van alles te laten kennismaken (drukke
mensenmenigte,
lawaai, andere beesten, andere honden, kinderen, bezoekers, verkeer
enzovoort).
Hoe meer een jonge pup opdoet aan positieve ervaringen hoe beter. Hij
zal dan
later tegenover die dingen waarmee hij als jonge pup uitgebreid en op
een
positieve manier heeft kennisgemaakt op een ontspannen, vrolijke manier
reageren. Heeft een hond de eerste 1 tot 3 maanden van zijn leven
weinig
kennisgemaakt met allerlei zaken, dan is de kans groot dat hij op
latere
leeftijd angstig zal zijn (en blijven!) voor deze zaken. Overigens: het
socialisatieproces stopt niet abrupt op de leeftijd van 3 maanden.
Wanneer een
pup op jonge leeftijd bijvoorbeeld prima is gesocialiseerd met allerlei
andere
honden maar in de periode tussen 3 en 6 maanden geen (of vervelende)
ervaringen
opdoet met andere honden, dan kan het oorspronkelijk positieve effect
van een
goede socialisatie weer teniet worden gedaan.
·
Een traumatische ervaring
Honden kunnen angsten overhouden aan ingrijpende gebeurtenissen, zoals
een
auto-ongeluk, een ernstig gevecht met een andere hond, al dan niet
opzettelijke
mishandeling enzovoort.
Wanneer u een hond heeft die angstig
gedrag vertoont, dan raden wij u aan de hulp van deskundige
gedragsbegeleiders
in te schakelen wanneer dit gedrag van uw hond gepaard gaat met een
hoge mate
van stress en/of agressie. In dit geval kan (goed bedoelde) verkeerde
begeleiding van de hond namelijk al snel leiden tot verergering van het
probleem
en tot ongelukken!
Wanneer uw hond wel eens ergens bang voor is,
zonder
dat er sprake is van regelmatig terugkerende grote stress en/of
agressie, dan
heeft u wellicht iets aan de volgende adviezen:
1.
Troost uw hond nooit wanneer hij angstig gedrag
vertoont!
Hoe begrijpelijk en menselijk troosten van een angstig dier ook is, het
werkt
absoluut averechts. Immers: de hond verstaat uw uitleg dat er geen
reden is om
bang te zijn niet, het enige dat hij hoort is dat u
vriendelijk/belonend klinkt.
U beloont de hond dus (onbedoeld) voor zijn angstige gedrag, waarmee u
bevestigt
dat dat gedrag is wat u graag van de hond wilt zien. Belonen van gedrag
leidt
altijd tot herhaling en intensivering van dat gedrag; uw hond zal dus
steeds
vaker en heftiger angstig gedrag laten zien!
2.
Stel u in plaats van troostend juist kordaat en
vrolijk
op wanneer uw hond bang is.
Wanneer uw hond u als zijn leider ziet en u laat zien dat er geen
enkele reden
is om bang te zijn (door vrolijk en zonder aarzeling gewoon recht op
"het
gevaar" af te gaan), dan draagt u ertoe bij uw hond over zijn angst
heen te
helpen. Neem een houding aan die uitstraalt "kom op, stel je niet aan"
en beloon de hond pas op het moment dat die besluit om ondanks zijn
angst toch
maar met u mee te lopen. Wanneer u op dat moment met uw stem beloont,
zorg er
dan voor dat u oprecht vrolijk en dus niet geruststellend/troostend
klinkt.
3.
Welke beloning u ook gebruikt, zorg dat de
timing van
die beloning precies goed is.
Het is dus niet goed om een hond die al angstig gedrag vertoont, af te
leiden
met iets lekkers of een speeltje! Dan beloont u immers precies het
gedrag dat u
niet wilt zien en beloond gedrag zal zich steeds vaker en heftiger
herhalen. Wat
wel kan is om te proberen het ontwikkelen van angstig gedrag vóór te
zijn.
Bijvoorbeeld: wanneer uw hond bang is voor andere honden en u ziet in
de verte
een andere hond naderen, doe dan iets met uw hond dat hij heel leuk
vindt (vóórdat
uw hond de eerste tekenen van angst of opwinding i.v.m. de naderende
hond
vertoont!). Speel met hem met een balletje of laat hem simpele
gehoorzaamheidsoefeningetjes doen waarbij u beloont met iets lekkers.
Stop het
spel/de beloning zodra uw hond toch angstig gedrag gaat vertonen!
Hervat het
spel/de beloning zodra uw hond zich weer "gedraagt". In de tussentijd
negeert u het angstige gedrag van uw hond volkomen (niet mopperen, niet
troosten; gewoon niet reageren). Wanneer u dit consequent herhaalt dan
gaat uw
hond de komst van een andere hond zien als de voorbode van iets leuks
in plaats
van als iets bedreigends (namelijk dat u met hem gaat spelen of dat hij
iets
lekkers kan verdienen).
Of angstig gedrag kan worden afgeleerd is
vooral
afhankelijk van de oorzaak. Wanneer de basis van de angst een slechte
inprenting
/ socialisatie is, dan is de kans op verbetering klein (maar niet
onmogelijk).
Is de angst op latere leeftijd ontstaan, dan is in de meeste gevallen
verbetering of zelfs "genezing" mogelijk.
Verlatingsangst
Het is heel normaal en natuurlijk
dat honden niet graag alleen zijn. Een hond is een sociaal dier dat van
oorsprong in groepen (roedels) leeft. Wel kan door middel van training
worden
bereikt dat de hond het alleen zijn accepteert als een "normaal"
onderdeel van zijn leven.
Uitingen van verlatingsangst zijn onder meer
vernielen,
onzindelijk zijn en janken en blaffen wanneer de hond alleen thuis is.
Weet u
niet zeker hoe u hond zich gedraagt wanneer hij alleen thuis is, dan
kunt u een
keer een video-opname maken terwijl u weg bent. Aan de hand van de
opgenomen
beelden en geluiden krijgt u zo een indruk van het gedrag van uw hond.
U kunt
dit ook doen wanneer uw hond zich "misdraagt" wanneer hij alleen is,
maar u niet zeker weet of dit al dan niet met verlatingsangst te maken
heeft.
Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden kunt u dan wellicht
vaststellen
of de hond al dan niet een nerveuze indruk maakt.
Afhankelijk van het karaktertype van de hond,
zijn
eerdere ervaringen in dit verband en nog een aantal zaken die later aan
de orde
zullen komen, is deze training een meer of minder gemakkelijke opgave.
Wanneer
er sprake is van heftige stress bij de hond zodra die alleen thuis moet
blijven,
dan doet u er zondermeer verstandig aan om bij de training van de hond
de hulp
van een professionele gedragsbegeleider in te roepen. Gaat het om een
hond die
niet zo goed alleen kan zijn zonder dat er sprake is van veel stress,
of gaat
het om een puppy die u het alleen kunnen zijn wilt leren, dan kunt u de
volgende
trainingstips wellicht gebruiken:
Leer de hond de oefening AF en BLIJF (hoe dit
kan op
basis van beloning, kunt u leren door het volgen van een goede
gehoorzaamheidscursus met uw hond). Eén van de “trucs” die u in
combinatie
met de oefening AF en BLIJF kunt gebruiken, is een trommeltje met
hondenkoekjes.
Zodra u de oefening gaat doen, staat dit trommeltje op de grond vlak
bij de
hond. Zodra de hond lang genoeg is blijven liggen, geeft u hem VRIJ
(dit
commando betekent "einde oefening"), u maakt direct het trommeltje
open en geeft de hond een hondenkoekje.
Het blijven liggen wordt stapje voor stapje
opgebouwd.
Eerst is 5 seconden lang waarbij u bij de hond blijft staan voldoende.
Dan werkt
u toe naar 10 seconden, waarbij u een paar passen bij de hond wegloopt.
de hond
moet stapje voor stapje leren om steeds langer te blijven liggen,
terwijl de
afstand tot u steeds groter wordt. De eerste tijd blijft u in dezelfde
kamer als
de hond en in het zicht van de hond. Daarna gaat u door de deuropening
naar een
ander vertrek, maar de deur blijft nog open en u bent binnen een paar
tellen
weer terug in de kamer. Dan blijft u steeds langer uit het zicht van de
hond,
uiteindelijk ook achter een gesloten deur.
Iedere geslaagde oefening wordt afgesloten door
uw
signaal VRIJ en direct daarna een koekje uit het trommeltje. Bij iedere
niet-geslaagde oefening (de hond komt voortijdig van zijn plaats)
brengt u de
hond rustig maar vastbesloten terug naar zijn plaats en doet u de
oefening
opnieuw. Als de oefening vaak niet slaagt, dan is dat een teken dat u
de
oefening te snel opbouwt (u wilt te snel te veel). In dat geval kunt u
het beste
een stapje terug doen in de opbouw (u maakt de oefening eerst weer
gemakkelijker
totdat het telkens weer goed gaat en bouwt vanaf dat punt de
moeilijkheidsgraad
weer op). Het trommeltje heeft bij veel honden een soort magische
uitwerking.
Gedurende uw afwezigheid staat het bij de hond als een soort symbool
dat uw
terugkomst en de daarop volgende beloning garandeert. Het trommeltje
maakt de
oefening voor de hond leuk en "helpt hem daaraan herinneren" waneer u
langer weg bent. Het trainen op de oefening AF en BLIJF kan worden
gecombineerd
met het wennen aan een bench (kamerkennel).
Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de
hond
gedurende de periode dat u de training opbouwt, niet langer alleen kan
zijn dan
het trainingsschema op dat moment toestaat. Dit betekent dus dat,
wanneer u in
deze periode weg wilt of moet, u de hond zult moeten meenemen of dat u
voor hem
een vertrouwde "oppas" laat komen.
Overige tips in het kader van het leren alleen
zijn:
·
Geef uw hond speelgoed dat speciaal bedoeld is
om de
hond zich in zijn eentje te laten vermaken. Bijvoorbeeld een KONG of een Activity
Ball. Deze speeltjes kunt u vullen met lekkers,
zodat uw hond zich niet hoeft
te vervelen. Door zich te concentreren op het bemachtigen van het
lekkers heeft
hij ook minder "de tijd" om zich druk te maken over het feit dat hij
alleen is!
·
Wanneer uw hond al zenuwachtig wordt
als hij denkt dat u straks weggaat (bijvoorbeeld wanneer u uw sleutels
pakt, uw
jas aan doet e.d.) doe dan regelmatig alsof u weggaat zonder het echt
te doen.
Trek uw jas aan en even later weer uit. Pak regelmatig uw sleutels op,
loop naar
de voordeur en kom weer terug. Door dit regelmatig te doen leert u uw
hond om
minder gevoelig op dit soort signalen te reageren. Besteed geen
aandacht aan het
gedrag van uw hond tijdens dit soort oefeningen.
·
Maak van uw vertrek én van uw
thuiskomst geen "drama". Hoe meer u zelf uitstraalt dat het volkomen
normaal is om weg te gaan en weer terug te komen, hoe sneller uw hond
dit ook
zal accepteren! Het slechtste dat u kunt doen is uw hond troostend
toespreken
als u wegggaat. U bevestigt daarmee immers dat het heel erg is voor hem!
·
Straf uw hond nooit wanneer u bij
thuiskomst vernielingen of de gevolgen van onzindelijkheid aantreft. De
hond kan
uw straf niet in verband brengen met wat hij heeft aangericht, maar zal
de straf
koppelen aan het feit dat u thuiskomt en hij u wil begroeten! De
symptomen van
verlatingsangst/stress verergeren zelfs vaak wanneer de hond naderhand
gestraft
wordt. Immers, alleen thuis blijven wordt voor de hond steeds
stress-voller
(gezien de verwachte straf bij thuiskomst van de baas). Veel eigenaren
denken
dat hun hond wel degelijk weet dat hij "fout" is geweest maar dit is
niet het geval! Het feit dat hij mogelijk "kruiperig" doet wanneer u
thuiskomt is een uiting van onzekerheid en het proberen te vermijden
van straf
door zich onderdanig te gedragen. Waarvóór hij (mogelijk) gestraft zal
worden
is de hond echter niet duidelijk! Bedenk bovendien dat een hond die
lijdt aan
verlatingsangst niet vernielt of onzindelijk is om u te pesten, maar
dat het
uitingen zijn van een hoge mate van
stress. Terug
naar boven
Cavia –
Geluiden
Aandacht vragen:
als de cavia aandacht wil of krakende plastic zakjes hoort die hij
associeert
met eten, zal hij hard gaan piepen. Dit piepen lijkt een beetje op
fluiten. Beluister
dit geluid
Boos
zijn: als
de cavia kwaad is, zal hij gaan klappertanden. Dit gebeurt voornamelijk
onder
soortgenoten. Beluister
dit geluid
Meer geluiden... Terug
naar boven
Onderschat de kattenziekte
niet
Toxoplasmose,
ook nog de kattenziekte genoemd, wordt onderschat. Dat beweren
Nederlandse
deskundigen van de Voedsel en Waren Autoriteit. Zij bekeken de
ziektelast van
toxoplasmose, en volgens hen is het één van de ergste infecties die je
van een
dier kan krijgen. De infectie leidt tot een langere en zwaardere
ziekteperiode
dan gedacht.
Parasieten
Besmettelijke eitjes uit kattenpoep en vlees van besmette dieren
veroorzaken de
ziekte. Het zijn vooral de katten die de gastheer zijn van deze
parasiet. De
parasieten huizen in kysten, die als een soort cocon in de kat zitten.
Via hun
uitwerpselen komen die kysten in de grond terecht waar ze lange tijd
kunnen
overleven. Onder meer door het eten van ongewassen, rauwe groenten kan
men een
besmetting oplopen. Ook schapen- en varkensvlees bevat vaak dergelijke
kysten.
Door het vlees in te vriezen of goed te doorbakken, sterven de kysten
af.
Voorlichting
De deskundigen willen dat er meer voorlichting komt om besmetting te
voorkomen.
Handschoenen dragen bij het verschonen van de katttenbak of bij het
tuinieren
zijn simpele maatregelen met grote effecten.
Zwanger
Vooral
tijdens de zwangerschap kan de ziekte lelijk huishouden. Ongeboren
kinderen
kunnen zware gevolgen hebben als mentale achterstand, ernstige
oogafwijkingen
tot blindheid, een waterhoofd of juist een veel te klein hoofd.
In België heeft zowat de helft van de zwangere vrouwen toxoplasmose
gehad voor
ze zwanger werden. Zij hebben antistoffen en zijn voor hun verdere
leven tegen
de ziekte beschermd. De andere helft heeft geen
toxoplasmose-antistoffen en moet
zich tijdens de zwangerschap tegen besmetting beschermen. Een vaccin
tegen de
ziekte bestaat immers niet.
Antistoffen
Bij
volwassenen kan het leiden tot extreme vermoeidheid en leverproblemen.
De ziekte
is moeilijk te genezen. Veel mensen hebben antistoffen tegen de
parasiet in hun
bloed, wat betekent dat ze ooit besmet zijn geweest. Vooral mensen met
een
zwakke weerstand worden ziek, veel anderen merken helemaal niets van de
besmetting. (lvl)
Bron
Goed gevoel
nl Terug
naar boven
|
Anaalklieren
|
|
Anaalklieren hond en kat
Honden en katten willen nog wel eens last hebben van de anaalklieren.
Dat zijn geurkliertjes die in de sluitspier van de anus ingebed liggen.
Bij de voorouders van onze huisdieren dienden ze om geurstoffen af te
scheiden teneinde het territorium af te bakenen, maar die functie is
grotendeels weggeëvolueerd.
Nu kunnen ze honden en soms ook katten heel wat last bezorgen doordat
ze overvuld raken en dan vaak ontstoken zijn.
Veel lezers hebben daar vragen over.
Dierenarts Herman Aa geeft antwoord.
|
Alex van Leeuwen
beschrijft het
gedrag van zijn cockerspaniël, die regelmatig met zijn achterste over
de grond schuurt.
Dit ’sleetje rijden’ is een poging om van de irritatie en jeuk af te
komen. De hond – maar ook soms de kat – schuift hierbij met z’n
achterste over de grond, vaak met de achterpoten omhoog. Ook komt het
voor dat hond of kat rond de staart zit te likken en te bijten, soms
tot bloedens toe.
Deze irritatie kan zich uitbreiden over het hele lichaam. Zij wordt
veroorzaakt doordat het ontstekingsmateriaal uit de anaalklier in de
bloedbaan komt. Ook kan een vreemde zwelling bij zijn anus erop duiden
dat er iets mis is met de anaalklieren.
Een bezoek aan de dierenarts is aan te raden. Deze zal eerst kijken of
er misschien nog andere oorzaken (lintwormen, vlooien, allergie) zijn
voor de klachten en vervolgens de anaalklieren van de hond (inwendig)
of kat bevoelen en uitdrukken of spoelen met medicijnen onder een
lichte verdoving.
|
|
R.M. Hartel wil weten waar de kliertjes
precies zitten.
Als hij zijn chihuahua op die gevoelige plaats wil bekijken, wordt hij
gebeten.
Annemarie ter Borg heeft gehoord dat je zelf kunt voelen of de
anaalklieren moeten worden uitgedrukt.
En kun je dat zelf doen of kun je dat beter aan een deskundige
overlaten?
Aangezien de kliertjes in de sluitspier zitten, betekent dit dat de
hond rectaal zal moeten worden onderzocht.
Met een met vingercondoom beschermde vinger in de anus wordt de
anaalklier opgezocht en indien nodig uitgedrukt en schoongemaakt.
Bij de kat wordt de anaalklier uitwendig leeggedrukt.
Het stinkt wel!
Het is aan te bevelen een bril te dragen, zodat er niets in de ogen
komt.
De behandeling is voor zowel de hond als de kat onaangenaam, maar
alleen bij een ontsteking echt pijnlijk.
In de meeste gevallen is het voldoende dat uw dierenarts de kliertjes
leegdrukt, maar in enkele gevallen is verdere behandeling noodzakelijk.
Als de anaalklieren ontstoken zijn, zal de dierenarts uw dier een
medicijnenkuur voorschrijven om de jeuk en irritatie de kop in te
drukken.
Dit kan met een anti-jeukinjectie of langdurige tablettenkuur.
|
|
Anaalklierabcessen worden – als ze niet zijn
doorgebroken – geopend en uitgespoeld.
Dit is zo pijnlijk dat het dier een roesje krijgt. Ook hier wordt met
medicijnen, maar vooral een antibioticakuur, nabehandeld om de
ontsteking weg te krijgen.
Bij sommige dieren helpt het leegdrukken van de kliertjes maar heel
kort.
Na enkele weken beginnen de problemen opnieuw.
In dat geval is het verstandig om de klieren operatief te laten
verwijderen.
Voor deze operatie wordt uw huisdier verdoofd, de haren om de anus
worden weggeschoren en de anaalklieren leeggedrukt.
De kliertjes worden gevuld met een kunststof om ze tijdens de operatie
makkelijker terug te vinden.
|
Naast de anus wordt een klein
sneetje gemaakt en de anaalklier wordt uit de sluitspier gepeld en
verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht. De andere klier wordt op
dezelfde wijze behandeld.
Anja K., eigenares van een jonge Duitse herder, vraagt zich af of er
medicijnen zijn tegen volle anaalzakjes.
Deze medicijnen zijn pure symptoombestrijding en niet iets waardoor de
anaalklieren niet meer vollopen.
Zijn ze alleen overvuld en komt er een heldere vloeistof uit na het
uitdrukken, dan betekent dit dat de spiertjes om de anaalzakjes niet
meer functioneren en het dier zelf niet meer in staat
is ze te legen.
|
Bron
:
Dierenkliniek Kortenoord.nl Terug
naar boven
Zaagsel
schadelijk voor uw knaagdier of konijn?
Zaagsel
bevat zo veel schadelijke stoffen dat
het totaal ongeschikt is als bodembedekker voor knaagdieren en
konijnen. Maar
ook hun verzorgers lopen gezondheidsrisico. Paarden eten in wisselende
hoeveelheden zaagsel / houtsnippers en de schadelijk werking van
abietinezuur op
paarden staat ter discussie.
Inleiding
Zaagsel (houtsnippers, houtkrullen) wordt in Europa grotendeels gemaakt
van
naaldbomenhout (sparren en dennen) dat vele giftige stoffen bevat,
waaronder de
kankerverwekkende aromatische koolwaterstoffen (fenolen) en
abietinezuur. Het
intensieve contact van knaagdieren en konijnen met hun bodembedekker
heeft grote
gevolgen voor hun gezondheid en welzijn. Diverse typen zaagsel
(houtsnippers,
houtkrullen) die in Nederland worden gebruikt en in de winkel liggen
zijn
recentelijk onderzocht op de concentratie van abietinezuur in
Wageningen en de
resultaten waren ronduit schokkend (tabel 2). Al het onderzochte
zaagsel was
afkomstig van naaldbomen, sparren en dennen, (tabel 1) en bevatte
wisselende,
maar substantiële concentraties van het abietinezuur. Deze schadelijke
stof
geeft kans op leverfunctiestoornissen en leverziekten, klachten aan de
luchtwegen (pneumonie) en vergroot de kans op kanker voor konijnen en
knaagdieren die op dit zaagsel leven.
Ook voor paarden is nader onderzoek nodig om de schadelijkheid van
zaagsel door
eten en door inademen van houtdeeltjes op basis van dennen en sparren.
Welke
schadelijke stoffen in zaagsel?
Zaagsel wordt al jaren door veel eigenaren van knaagdieren, konijnen en
paarden
met volle tevredenheid gebruikt als bodembedekking en strooisel. Het is
goedkoop, ruikt vaak lekker en heeft natuurlijke insectenwerende en
desinfecterende eigenschappen door de aromatische verbindingen
(fenolen) die in
het hout zitten, met name uit naaldbomen. Maar een ¨natuurlijk product¨
betekent niet altijd dat het onschadelijk is voor de dieren die er op
en in
leven, integendeel. De toxische stoffen in de houtkrullen zijn
schadelijk voor
de gezondheid van het knaagdier en konijn. Eén van de meest giftige
stoffen in
het zaagsel is abietinezuur, wat in bijna alle soorten naaldbomen in
wisselende
hoeveelheid voorkomt. De knaagdieren en konijnen leven in nauw contact
met de
bodembedekking en daarom heeft het strooisel grote invloed op de
gezondheid en
welzijn van deze dieren.
Gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door toxische stoffen zoals
abietinezuur
en andere koolwaterstoffen (fenolen) in zaagsel. Waarschijnlijk komen
kleine
zaagseldeeltjes als stof in de luchtwegen en beschadigen daar het
epitheel en
komen de toxische stoffen in de bloedcirculatie. Verder zal opname
plaatsvinden
door het eten van zaagsel, waardoor abietinezuur rechtstreeks de lever
belast
door opname van wisselende hoeveelhede abietinezuur doir het lichaam.
Bij ratten geven de fenolen een op allergie lijkende reactie die het
aanslaan
van MycoplasmaÿPulmonis-gerelateerde infecties bevordert, waar tamme
ratten
ziek van kunnen worden en zelfs in korte tijd aan kunnen sterven. In
feite is
het geen allergie maar een intoxicatie met fenolen. Het epitheel van de
trachea
en bronchiën wordt beschadigd, waardoor virale en bacteriële infecties
makkelijker aanslaan. De toxische stoffen komen ook in de bloedbaan
terecht en
geven leverbeschadiging. Bij langdurige blootstelling aan giftige
stoffen uit
het zaagsel is de schade aan de lever zeer uitgebreid en zo goed als
onherstelbaar. De leverenzymen in het perifere bloed stijgen als
indicatie voor
leverschade en het immuunsysteem begint te verzwakken, waardoor we
eigenlijk een
zieke rat hebben.
www.klaver4dieren.nl
E-mail: info@klaver4dieren.nl Terug
naar boven
Een
hond die verkeerd eet
Het
is mogelijk dat een hond
wel kan eten, maar niet wil eten omdat hij bijvoorbeeld ziek is,
angstig is op
de plek waar de voerbak staat of zo opgaat in de drukte in huis dat hij
zich
geen tijd neemt om te eten. Daarnaast is het mogelijk dat de hond wel
wil eten,
maar niet kan. Bijvoorbeeld omdat hij niet meer kan slikken
(vergiftiging of
kaakbreuken), omdat hij iets gebroken heeft en niet meer kan lopen of
omdat hij
pijn aan zijn tanden of kiezen heeft (tandsteen). Door deze en nog vele
andere
oorzaken kan de hond onvoldoende voer opnemen of kan de voedselopname
gestoord
zijn. Om dat tijdig te ontdekken, moet de eigenaar van de hond dan ook
af en toe
eens de tijd nemen om naar het eten van de hond te kijken. Dus niet
alleen een
bak voer ervoor zetten en weglopen, maar eens gericht naar het eten
kijken. Er
is dan een aantal vragen te stellen:
- Slikt de hond wel goed, eet hij alles in een normaal tempo op of
heeft hij
problemen met kauwen?
- Staat hij rustig bij zijn voerbak of kijkt hij angstig om zich heen?
- Eet hij het eten achter elkaar op of loopt hij steeds weg?
Als alles goed verloopt, zal de voedselopname niet gestoord zijn.
Bron
Hart voor dieren
Henk
Lommens dierenarts
Terug
naar boven
|